WELKOM OP DE WEBSITE VAN RENÉ VAN LOENEN

 

HOME BIO POËZIE KERKLIED AGENDA IN DE MEDIA CONTACT
 

Berini

voor mijn vader †


Zo ijzersterk als je Berini was –
hij bracht ons samen ver voorbij
de wereld die ik kende.

Maar alle chroom verliest zijn glans.
Hij raakte uit de gratie
en ging voor Puch en Mobylette
aan de kant. Schroot keert tot schroot.

Soms hoor ik ’s nachts ver in de polder
een Berini rijden, maar het geluid
sterft steevast na een paar seconden
weg.


Uit: Mooi voetenwerk

 
Foto: Guido van Loenen

BIOGRAFIE

René van Loenen (Hilversum, 1950) deed HBS-A aan het Christelijk Lyceum in Hilversum, waarna hij MO Nederlands ging studeren in Amsterdam en later in Utrecht. Van 1972 tot 2010 was hij leraar Nederlands aan het Koningin Wilhelmina College in Culemborg.

Zijn eerste gedichten schreef hij voor het radioprogamma Literama van de NCRV. Vanaf eind jaren zeventig legde hij zich toe op het schrijven van liedteksten voor de kerk, aanvankelijk met de componisten Jacques van den Dool en Yme van der Valk. Later schreven ook veel andere componisten muziek bij zijn werk, onder wie Wybe Kooijmans, Willem Vogel, Dirk Zwart, Bert Lassing en Marijn Slappendel.

In de jaren tachtig schreef hij verschillende teksten voor de IKON. Hij werkte mee aan het project 'Sjofele koning' (onder redactie van Karel Deurlo en Karel Eykman, Ten Have, Baarn 1984) en met Hans Bouma, Wim Pendrecht en Joke Ribbers aan de totstandkoming van de driedelige bundel kinderliederen 'Bij hoog en bij laag' (Kok, Kampen 1990-1991). Ook in verschillende delen van 'Zingend Geloven' (bijdragen tot de ontwikkeling van het nieuwe kerklied) werden teksten van zijn hand opgenomen.

Inmiddels was bij uitgeverij Boekencentrum in 1984 zijn eerste bundel gedichten, gebeden en liederen verschenen: 'Het suizen van een zachte koelte'. In 1990 volgde een soortgelijke bundel bij Kok in Kampen: 'Nacht die ons zal dagen'. Beide bundels bevatten merendeels teksten voor kerkelijk gebruik.

Vanaf eind jaren tachtig ging hij zich meer toeleggen op het schrijven van poëzie. Hij publiceerde gedichten in literaire tijdschriften als Bloknoot, Liter en De Tweede Ronde. In dit laatste tijdschrift publiceerde hij ook light verse onder het pseudoniem Lucas de Bree. In 1998 verscheen bij Kok de bundel 'De steen voorbij; gedichten voor de veertigdagentijd'. Hierop volgde in 2004 'Mooi voetenwerk', dat bij Mozaïek uitkwam in een literaire reeks onder redactie van Teunis Bunt.

In 2009 verscheen eveneens bij Mozaïek de bundel 'Straatliefdegras; een pelgrimage in 40 gedichten'. Deze bundel, die een keuze bevat uit eerder gepubliceerd werk, aangevuld met nieuwe gedichten, is te karakteriseren als een zoektocht – van een kwarteeuw – naar nieuwe beelden en een nieuwe taal voor eeuwenoude geloofsgeheimen. Een zoektocht naar God. Een pelgrimage in taal.

Ook met het schrijven van liedteksten bleef hij actief. Zo hertaalde hij liedteksten uit de 'Iona'-traditie, was hij betrokken bij het project Psalmen voor Nu en leverde hij 19 tekstbijdragen aan het nieuwe Liedboek.

Sinds 1 januari 2014 is hij voorzitter van 'Schrijverscontact', een landelijke vereniging van auteurs met een christelijke levensvisie. Zie: www.schrijverscontact.nl.

In september 2014 verscheen onder de titel Pleisterplaats zijn derde dichtbundel bij Mozaïek.

Voor de Stichting Anisymuz schreef hij het libretto van de Jonacantate, waarvoor Alfons van der Mullen de muziek componeerde. Deze symfonische cantate werd in de maanden april en mei 2015 uitgevoerd in Culemborg, Boxtel en Utrecht.

 
Foto: Henk van Loenen

Naast het schrijven en hertalen van gedichten en liedteksten geeft hij workshops en cursussen over poëzie en over de taal van het kerklied. Op verzoek geeft hij ook lezingen waarin zijn eigen werk centraal staat.

 

PRIJZEN

In 1993 ontving René van Loenen de Prijs van de Leuvense Kerkmuziekdagen voor de tekst 'Ik ben' en in 2003 de Plantage Poëzieprijs in Amsterdam voor het gedicht 'Laarmans'.

 

Ik ben
melodie: Janine Mehrtens

Het eerste licht raakt Jacob aan.
Er is een lange weg te gaan.
Maar waar geen reisgenoot meer is
behoudt één naam betekenis:
Ik ben.

De naam die afdaalt in de nacht,
die in een droom op Jacob wacht.
Ik ben het woord dat naar u taalt,
u voorgaat en u achterhaalt.
Ik ben.

Hij is op deze plaats geweest.
De schepping ademt nog zijn geest.
Zelfs in een steen weerklinkt zijn naam,
de kracht die mensen op doet staan:
Ik ben.

O onuitsprekelijk geheim,
Ik ben.
Wil ons ook tegenwoordig zijn.
Hoe ontzagwekkend is de plaats
waar Gij op ons te wachten staat:
Ik ben.


Uit: Zingend Geloven, deel 5
Boekencentrum, Zoetermeer 1995

Laarmans


Ik ben – niets menselijks is mij vreemd –
uw gangen nagegaan in ’t Zand en in de
Kloosterstraat, maar zonder iets te vinden
wat aan mijn tocht een diepere zin verleent,
een wachtwoord van een heilige beminde,
in hout gekerfd, gebeiteld in een steen,
of op een reep karton een naam alleen,
maar niets, geen spoor van u te vinden.

Toen zag ik u, diep weggedoken in uw jas,
geworden wat u hier een leven lang niet was:
een vreemdeling, de buitenstaander die ik ben.

Ik vraag u daarom niet naar de beken-
de weg. Zo dwalen wij door deze stad,
niets meer te zoeken maar nog laat op pad.


Uit: Mooi voetenwerk
Mozaïek, Zoetermeer 2004