WELKOM OP DE WEBSITE VAN RENÉ VAN LOENEN

 

HOME BIO POËZIE KERKLIED AGENDA IN DE MEDIA CONTACT
 

POËZIE

 

René van Loenen, Pleisterplaats
Mozaïek, Zoetermeer 2014

Pleisterplaats is een dichtbundel van een reiziger op doortocht, een dichter in het grensgebied van dag en nacht, van land en zee, van binnenwereld en buitenwereld. Vaak gaat het in deze bundel om wat Vestdijk de uiterste seconde noemt, om laatste beelden, om laatste dingen.
Maar in veel gedichten gaat het ook om doorzicht en perspectief, om het licht van een nieuw begin. De thematische samenhang van deze bundel wordt nog versterkt door de spiegelbeeldige compositie van de afdelingen binnen het geheel.

Bekijk hier het fotoverslag van de presentatie van mijn bundel 'Pleisterplaats' op 20 september 2014 bij boekhandel Tomey & Verstegen in Culemborg.

 

René van Loenen, Straatliefdegras; een pelgrimage in 40 gedichten
Mozaïek, Zoetermeer 2009

"Het gaat bij Van Loenen om een nieuwe taal en om nieuwe beelden voor het duiden van een geheim. Om een pelgrim die de weg van de taal is gegaan. Dit leidt tot wat men mystieke poëzie mag noemen, om wat verborgen, verscholen zit en aangeduid wordt in de taal. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de titel van de eerste afdeling: Incognito."

Klaas de Jong Ozn in het Friesch Dagblad (Een pelgrimage in gedichten), 20 juni 2009

"Van Loenens bundel bestaat uit drie onderdelen. ‘Een pelgrimage in 40 gedichten’ is de ondertitel. Dat duidt erop dat de bundel als een geheel wil worden begrepen, en dat de volgorde van de gedichten niet willekeurig is. Al tijdens een eerste, vluchtige lezing valt die eenheid op. Bij herlezing blijken steeds meer dwarsverbanden, en kom je onder de indruk van de weldoordachte maar ogenschijnlijk ongedwongen indeling."

Wilfred van de Poll in het Nederlands Dagblad (Binnenkomen door de achterdeur), 9 mei 2009

 

Montefiascone

Kamer gevonden in hotel Dante.
Twee sterren. Drie verdiepingen.
Eerst gaan wij hang- en sluitwerk langs
want niemand weet het uur.

Dan zien wij pas de moeder Gods,
een kleurenprint met sellotape
bevestigd aan de muur.
Geen spoor nog van een kind.
Of toch?

De prent bolt op. Gezichtsbedrog
of niet, ik maak voorzichtig
aan de onderkant het plakband
los en licht Maria op.

Een vierkant ruitje laat een gat zien
in de muur: het wonder van haar schoot,
twee duiven met een jong, geeft zich
in tegenlicht aan onze ogen bloot.

'SPOOR VAN EEN KIND', uit de serie keramische boekobjecten van Mirjam Beuker.
Bij het gedicht: 'Montefiascone'.
Materiaal: steengoed klei, kleurpigment, bewerkte foto, acryl, marmoleum, eierschaal, hout, metaal.
Formaat: ongeveer 32 x 46 cm (hxb), Jaar: 2009
www.mirjambeuker.nl

 


René van Loenen, Mooi voetenwerk
Mozaïek, Zoetermeer 2004

"Ik geef het niet graag toe, maar elke keer als ik dit gedicht (…) lees, krijg ik kippenvel van ontroering."
Chrétien Breukers in Poëzierapport, november 2004

"Zo zijn de gedichten een ode aan het verleden en tegelijkertijd een typering van de vergankelijkheid van het leven. Bij het verleden hoort ook 'Altius' (over een oude Hilversumse voetbalclub). Het is een herinnering, waaruit de titel voor de bundel afkomstig is. Op de blauwe omslag staat een voet als verwijzing naar dit gedicht, maar voor mij duidt het ook op een wandeling, een pelgrimage, levensloop zo men wil."

Alfred Valstar in Chroom Digitaal (Een mooie wandeling), februari 2006

 

St. Kevin

Hij die niets te verliezen had, bad
zonder woorden, sprak in kleine gebaren.

Knieën gebogen, armen naar buiten
gestoken, als takken ten hemel geheven.

Een merel streek neer in de kom van
zijn hand, zijn vragende lijf.

Nachten gingen voorbij en steeds kwam het
licht voor de dag als een broedende vogel.

Zo mochten zijn vingers het antwoord
omspannen. Zo worden gebeden verhoord.

 

René van Loenen, De steen voorbij; gedichten voor de veertigdagentijd
Kok, Kampen 1998

"De poëzie van René van Loenen spreekt mij zeer aan, om haar combinatie van toegankelijkheid en onnadrukkelijke, maar onmiskenbare dichterlijkheid. Daarnaast vind ik de impliciete christelijke symboliek in de aardse alledaagsheid zeer geslaagd."

Dirk Zwart in het Centraal Weekblad (Ga voorbij, de steen voorbij), 13 maart 1998

 

Sporen

Zo is er het verhaal van de aardster.

Vermomd als een tulpenbol ligt hij half
boven de aarde. Op een goede dag breekt
zijn dikke huid open: punten krullen naar
buiten, drukken hem op en scheuren hem
los van de aarde, zijn oorsprong.

Dan gaat hij aan de rol en bij storm
huppelt hij als een idioot door het bos.
Zijn hart, een vulkaan, spuit bij iedere
schok sporen over de aarde die hem
voortbracht.

Rob den Boer, 'Sporen 3', oliepasteltekening, 2009